top of page
Zoeken
  • lisettebastiaansen7

Waar blijft die vrolijke opvoedstemming?

23-05-2023

Door: Dr. Lisette Bastiaansen


Nu minister Robert Dijkgraaf een balletje opwerpt om het aantal verplicht te halen studiepunten in het eerste jaar fors te verlagen, en daar vrijwel meteen weerstand vanuit de universiteiten op volgt, lijkt het relevant om deze kwestie - alvorens opnieuw over elkaar heen te buitelen - eerst eens vanuit een pedagogisch (in plaats van psychologisch of sociologisch) perspectief te bekijken. Immers Immers school is een school (en geen jeugdzorginstelling), en de vraag of en hoe school een bijdrage zou moeten leveren aan het herstellen van het welzijn van jongeren zou dus wat mij betreft in eerste instantie in ieder geval óók vanuit een pedagogisch perspectief moeten worden bekeken.


Gek genoeg wordt dit pedagogische gesprek niet of nauwelijks gevoerd. Terwijl de ‘hard-core’ pedagogiek hier wel degelijk iets te bieden heeft, niet in de laatste plaats omdat het taal geeft aan wat leerlingen/studenten nodig hebben om, zoals sommige pedagogen betogen, te kunnen ‘floreren’, en/of, zoals andere pedagogen zouden zeggen, ‘te kunnen oefenen met een volwassen manier omgaan met vrijheid’.


Een van de ‘hard-core’ pedagogen die, al ruim een halve eeuw geleden, de pedagogiek mee op taal heeft gebracht, is filosoof en pedagoog Otto Friedrich Bollnow. In ‘Die pädagogische Atmosphäre’, houdt hij een minutieus talig betoog voor wat hij zelf opvoed-voorwaardelijke menselijke instelling noemt. Bollnow’s inzichten met betrekking tot de ‘gestemdheid’, de ‘afgestemdheid’ en de ‘bestemdheid’ van de opvoeder blijken in het licht van de studiepuntenkwestie verrassend bruikbaar.


Wat Bollnow’s essay allereerst zichtbaar maakt is het enorme contrast tussen de huidige gemiddelde opvoedingsatmosfeer op scholen en het klimaat waar Bollnow zelf voor pleit. Daar waar in realiteit de zogenaamde objectiveerbare kwalificatie- en socialisatie-eisen zich nog steeds met grote kracht aan leerlingen opdringen (zie bijvoorbeeld recent de uitlatingen van pedagoog Joep Dohmen in ‘Iemand zijn’), en diezelfde leerlingen dagelijks massaal blootgesteld worden aan donkere wereldwijde klimaat- en oorlogsdreigingswolken, pleit Bollnow in zijn pedagogische-klimaataanpak in álles voor precies het tegenovergestelde: niet bouwen op prestatie-indicatoren, maar op vertrouwen in het ongedeelde kind; geen focus op wat er allemaal verkeerd gaat in de wereld, maar juist aandacht voor licht en lucht.

Bollnows’ idee van een vruchtbare opvoedingsatmosfeer draait om vertraging, om onthaasting, om het wegblijven bij donkerte en om het niet te snel ál te groot maken van de wereld van kinderen. Wil er überhaupt opgevoed kúnnen worden, zo stelt hij, dan zijn, onvermoeibaar geduld, vertrouwen, opvoedende liefde, hoop, een veilige geborgen thuishaven én een vrolijke ‘ochtendstemming’, voorwaardelijke vereisten.


Die onontbeerlijke ‘ochtend-grondstemming’ neemt in het betoog van Bollnow een centrale plek in. Alle bereidheid om als kind, als mens, te leren rijpen en zin te kunnen vinden in het bestaan, vindt volgens hem daar zijn oorsprong.


Dat pleit dus, ook vanuit pedagogisch perspectief, voor het verlagen van de studiedruk. Maar zijn we er dan? Zijn we met het beperken van het verplichte aantal studiepunten in het eerste jaar ook aangekomen bij die oh-zo-broodnodige ochtendstemming?

Dat lijkt op zijn minst twijfelachtig, zeker als we ons realiseren dat de economische en maatschappelijke krachten die, zoals pedagoog Biesta recent stelde, ‘het onderwijs van buitenaf en binnenuit eroderen’, nog steeds in alle hevigheid op leerlingen/studenten afkomen, waardoor de existentiële oefenruimte waarbinnen kinderen mogen snuffelen, lummelen en oefenen-met-samen-mens-zijn, eerder in rap tempo kleiner dan groter wordt.

Is het sowieso nog mogelijk om over zorgeloze vrolijkheid te spreken zolang we kinderen, zoals filosoof Zygmunt Bauman ook aangeeft, steeds vroeger de opdracht meegeven om iemand te móeten te zijn? Valt er überhaupt te spreken over ‘afgestemdheid’ in een maatschappelijk klimaat waar polymodale-lijf-en-leden-aandacht een schaars goed is geworden en relaties, zoals Bauman aangeeft, nog altijd fragiel, oppervlakkig en tijdelijk zijn? En waar is er eigenlijk nog tijd en geduld te vinden in een wereld die, zoals socioloog Hartmut Rosa stelt, geregeerd wordt door ‘exponentiele versnelling’ en waarbij de ‘bestemdheid’ vooral een economisch perspectief lijkt te kennen?


Wil Dijkgraaf de druk op jongeren daadwerkelijk verlagen en willen we als maatschappij voorkómen dat jongeren ook in de toekomst massaal hun heil bij psychologen zoeken, dan is het verlagen van de studie-druk dus wél een mooi begin, maar tegelijkertijd niet meer dan dat. In plaats van op jongeren en hun al dan niet aanwezige studiehouding te focussen, zullen we namelijk vooral onszelf bij opvoedkladden moeten grijpen. Want alleen daar waar (studiepunten)grenzen gepaard gaan met opvoedende van ‘alle bedruktheid bevrijde’ liefde, kunnen kinderen en jongeren gedijen. Alleen daar waar we als opvoeders vanuit geduld en vertrouwen kinderen en jongeren ook op school een veilige thuishaven blijven bieden, kunnen ze tot wasdom komen. Alleen daar waar nonchalance nóch haastigheid heerst, ontstaat een klimaat waarin jongeren hun weg gaan vinden. Alleen daar waar zorgeloze vrolijkheid de muziek bepaalt, kunnen we kinderen bevrijden van het economische prestatiejuk waaronder we ze nu gebukt gaan. Kinderen en jongeren weten dat. Nu wij als opvoeders nog.




blog pedagogisch klimaat en minister dijkgraaf
.docx
Download DOCX • 20KB

2 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Over prestatiedruk en de toekomst van mijn zoon

05-10-2023 Door: Dr. Lisette Bastiaansen Nauwelijks bijgekomen van de schrik na het lezen van de absurde toelatingsprocedure bij een opleiding geneeskunde - alleen leerlingen met meer dan een 8,25 gem

Comments

Rated 0 out of 5 stars.
No ratings yet

Add a rating
bottom of page